|
Stappenplan / Stap 2
Theorie stap 2: MMM
Iedereen heeft zijn mening over het alcohol- en druggebruik in onze samenleving.
Om niet in een welles/nietes-discussie te verzeilen, geven we hier
een eenvoudig model om het alcohol- en druggebruik te kaderen.
Heel wat factoren beïnvloeden het alcohol- en ander druggebruik.
Wat is de oorzaak? Wie is verantwoordelijk? Wat beïnvloedt of druggebruik
een probleem wordt of niet? Je kan ze samenvatten in de drie M’s
en hun onderlinge interacties:
- Mens: wie is de gebruiker, wat is zijn draagkracht?
- Middel: wat wordt er gebruikt, hoe riskant is het
middel, hoeveel wordt er gebruikt?
- Milieu: in welke omgeving wordt er gebruikt, wat
is de draaglast?
Mens
Bijna alle jongeren gebruiken wel eens een drug:
een sigaret, bier, alcopops, een joint, ... omdat ze nieuwsgierig zijn,
willen experimenteren, voor de kick, om zich goed te voelen, voor de
stemming, voor het specifieke effect, om erbij te horen, ...
Of dit een probleem is? Meestal niet, maar soms wel, bijvoorbeeld als
beperkt gebruik overgaat in regelmatig gebruik, als je te jong begint
te gebruiken, ...
Druggebruik als oplossing voor problemen > kans
op regelmatig gebruik en afhankelijkheid stijgt ...
Of je al dan niet problemen krijgt, wordt onder andere bepaald door:
- Persoonlijke draagkracht
Bijvoorbeeld: Kristien is hoofdleidster en studeert aan de universiteit.
Ze heeft een heel druk programma. Vooral in de examenperiode slikt ze
heel wat medicatie om de stress aan te kunnen.
- Zelfvertrouwen
Bijvoorbeeld: Kasper is een van de jongste nieuwkomers in de leidingploeg.
Tijdens de vergaderingen voelt hij zich niet steeds op zijn gemak tussen
de 'anciens'. Na een paar pintjes wordt hij wat losser en gooit hij
zijn mening in de groep.
- Hoe je omgaat met negatieve ervaringen
Bijvoorbeeld: Hilde heeft een zoveelste discussie gehad met haar ouders.
Ze rookt af en toe een jointje om de spanning van zich af te zetten.
- Eigen kennis en opvattingen over drugs
Bijvoorbeeld: Bart gaat in het weekend graag stevig uit en neemt af
en toe speed om langer wakker te blijven. Hij denkt hiervan niet
afhankelijk te worden.
Middel
De term ‘drugs’ is een verzamelnaam voor alle legale en illegale
genotsmiddelen die bij inname het bewustzijn, het gevoel en de zintuigen
op allerlei manieren beïnvloeden (en dat is vaak ook de aantrekkingskracht
van drugs):
- Verdovende middelen (bijvoorbeeld
alcohol, slaappillen, heroïne,
...): dempende werking, je krijgt een gelukzalig en ontspannen gevoel.
- Hallucinogene
middelen (bijvoorbeeld cannabis, paddestoelen, LSD, ...): je ervaart
de werkelijkheid anders dan hij is; vanaf een bepaalde dosis kan je
zelfs onbestaande dingen zien en voelen; stemmingen worden versterkt
en kunnen voortdurend wisselen, afhankelijk van je gemoedstoestand.
- Stimulerende middelen (bijvoorbeeld cocaïne,
amfetamines, pepdrankjes, ...): oppeppend effect, je voelt je actief,
vrolijk, alert en zelfverzekerd; vermoeidheid en honger verdwijnen;
sommige stimulerende middelen kunnen ook hallucinogene effecten hebben
(bijvoorbeeld XTC).
Het combineren van middelen is niet gelijk aan het
optellen van de effecten. Mixen kan onvoorspelbare effecten teweegbrengen.
De effecten kunnen elkaar versterken, afzwakken of een totaal ander effect
hebben dan voorzien.
Elk gebruik houdt risico's in. Zeker combigebruik.
Het risico
op afhankelijkheid verschilt van drug tot drug:
- Sommige drugs maken je geestelijk én lichamelijk afhankelijk.
Dit geldt in sterke mate voor alcohol, tabak (nicotine), slaap- en
kalmeringsmiddelen, sommige pijnstillers en heroïne.
- Van andere middelen word je vooral geestelijk (en
in mindere mate lichamelijk) afhankelijk. Dit geldt voor cocaïne,
speed, cannabis en koffie.
- Iets minder uitgesproken, maar toch
verraderlijk zijn XTC en tripmiddelen als LSD en paddestoelen.
Meer info nodig over drugs? Surf dan naar ‘info
drugs’.
Milieu
Druggebruik is cultuurgebonden.
- Bijvoorbeeld: De westerse cultuur is heel tolerant tegenover
alcohol. Het is in de maatschappij aanvaard. In de Arabische cultuur
daarentegen is alcoholgebruik maatschappelijk niet aanvaard. Cannabis
daarentegen blijft in de westerse cultuur een gevoelig punt, maar wordt
in sommige Arabische landen aanvaard.
En dichterbij: ook de directe omgeving beïnvloedt het alcohol- en
druggebruik.
- Bijvoorbeeld: Als je vader een 'overjaarse hippie' is, zal
hij zich veel minder druk maken om je cannabisgebruik.
- Bijvoorbeeld: Je jeugdbeweging heeft de traditie om elk jaar
op voorkamp te gaan met de leidingploeg en na het werken drankwedstrijden
te houden. Als nieuwe leid(st)er zal je sneller geneigd zijn om mee
te drinken.
|
|
te
vroeg beginnen met alcohol ?
De leeftijd waarop jongeren alcohol
beginnen te drinken is al langer laag (gemiddeld vaak rond 12 jaar),
maar de laatste tijd blijkt dat ze ook steeds jonger regelmatig
alcohol beginnen te drinken.
Lees meer
cannabis in het buitenland?
Kan je vervolgd worden wanneer
leden cannabis gebruiken op een buitenlands kamp?
In de ons omringende landen is cannabis ondanks
verschillen in de drugwetgeving niet minder illegaal
dan in België.
Lees meer
cannabisgebruik op weekend?
Wanneer één
van de leden op weekend cannabis gebruikt, mag je dat
probleem dan zelf oplossen?
Vertrekpunt is het feit dat drugs (en dus ook cannabis) verboden zijn. Lees
meer
cannabis of sigaretten ?
Je hoort wel eens zeggen dat een joint niet ongezond is; cannabis is immers ‘maar’ een plantje, een natuurproduct, dus is een joint vast gezonder dan een gewone sigaret.
Dit klopt echter niet! Een joint is zelfs schadelijker dan een gewone sigaret en wel
Lees meer
bezoeker van fuif fouilleren?
De wet is duidelijk: enkel politie mag
fouilleren.
Medewerkers die instaan voor de veiligheid bij een evenement of een fuif mogen
personen die de plaats willen binnenkomen echter wel oppervlakkig controleren.
Lees meer
Is cannabis gelegaliseerd ?
Ondanks de nieuwe drugwet die van kracht
is sinds juni 2003, blijft cannabis een illegaal product. Aan cannabisbezit
en/of -gebruik kan altijd een straf vasthangen, zowel voor minderjarigen
als voor meerderjarigen.
Lees meer
|
 |
|